Aandeelhoudersgeschillen: de nieuwe uitstotingsregeling

De wettelijke geschillenregeling biedt een mogelijke uitweg voor aandeelhouders die met elkaar in geschil zijn en geen onderling akkoord weten te bereiken.

Per 1 januari 2025 is de Wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking ontvankelijkheidseisen enquêteprocedure (Wagevoe) in werking getreden. Deze wet heeft geleid tot een aanpassing van de wettelijke geschillenregeling, waaronder de uitstotingsregeling aandeelhouder. In dit blog bespreek ik in het kort de belangrijkste wijzigingen van de uitstotingsregeling van artikel 2:336 (oud) BW.

Voor 1 januari 2025

Onder het oude recht was het mogelijk om de uitstoting van een aandeelhouder te vorderen door één of meer van zijn medeaandeelhouders, mits zij alleen of gezamenlijk minstens een derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. Deze vordering kon worden ingediend wanneer de desbetreffende aandeelhouder door zijn gedragingen de belangen van de vennootschap in ernstige mate schaadt.

De grondslag van de uitstoting ex artikel 2:336 (oud) BW is dat het belang van de vennootschap wordt geschaad, niet dat het belang van de eiser wordt geschaad. Volgens de wetgever is enkel hinderlijk of zelfs onaanvaardbaar gedrag van een aandeelhouder op zichzelf nog geen reden om hem als aandeelhouder uit te stoten. Het gedrag van de aandeelhouder als zodanig moet de belangen van de vennootschap schaden. Het gaat niet om gedrag van de aandeelhouder in andere hoedanigheid, bijvoorbeeld als concurrent van de vennootschap.

De wetgever heeft de reikwijdte van de uitstotingsprocedure beperkt, omdat gedragingen buiten de hoedanigheid van aandeelhouder op andere wijze dan via de geschillenregeling kunnen worden geredresseerd. Denk hierbij aan het indienen van een rechtsvordering tot het verbieden van de gedraging of tot betaling van een schadevergoeding. Deze benadering is in de rechtspraak onderschreven.

De procedure was van toepassing op elke BV of NV en diende via een dagvaardingsprocedure bij de rechtbank aanhangig gemaakt te worden. Tegen een beslissing van de rechtbank stond hoger beroep open bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam (artikel 2:336 lid 3 (oud) BW).

Geldend recht

De praktijk gaf aanleiding tot kritiek op de benadering van de wetgever en rechtspraak. Want als een uitstoting slechts gegrond kan worden op gedragingen van de aandeelhouder in die hoedanigheid, kan het gebeuren dat een impasse alleen kan worden opgelost wanneer het conflict zich tijdens de algemene vergadering voordoet, terwijl de impasse in de tussentijd wel de belangen van de vennootschap schaden. De nieuwe wet maakt het mogelijk voor rechters om ook gedragingen van de aandeelhouder in andere hoedanigheden, bijvoorbeeld als bestuurder of privépersoon, mee te wegen in hun afweging wanneer deze gedragingen de belangen van de vennootschap schaden. Een uitstotingsverzoek kan worden gedaan als een medeaandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.

De uitstotingsprocedure is niet langer van toepassing op elke BV of NV, maar uitsluitend voor de niet-beursgenoteerde vennootschap. Tevens is de geschillenprocedure veranderd van een dagvaardingsprocedure naar een verzoekschriftprocedure, die aanhangig moet worden gemaakt bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam, met de mogelijkheid bij de Hoge Raad in cassatie te gaan.

Heeft u vragen over de uitstotingprocedure? Neem dan contact op met Fariesja Kadir.